Wat gebeurt er als magie niet in handen is van tovenaars, maar van priesters en monniken? Of als een kleine groep magiërs alle magie in een wereld heeft gemonopoliseerd, totdat een twaalfjarige jongen ontdekt dat hij hun spreuken kan kopiëren door ze slechts één keer te horen?
Het zijn precies dit soort ideeën waarmee Adrian Stone graag speelt. In ruim twintig jaar bouwde hij verschillende fantasywerelden waarin bekende ingrediënten uit het genre worden gecombineerd met onderwerpen die je er misschien minder snel verwacht: religie, economie, macht en autisme.
Die aanpak leverde hem onder meer de Duivel-trilogie en Magycker op. Inmiddels zijn er zo’n 40.000 exemplaren van zijn boeken verkocht. En binnenkort kunnen lezers opnieuw een andere wereld binnenstappen. Op 15 september verschijnt zijn nieuwe roman Het Labyrint.
Deze keer begint het avontuur zelfs in onze eigen wereld.
‘Het begint in deze wereld en gaat vervolgens naar een parallel universum’, vertelt Stone. Veel meer wil hij er nog niet over kwijt. ‘Ik wil er niet te veel over vertellen, want het moet natuurlijk wel een verrassing blijven.’
Dat laatste past opvallend goed bij de manier waarop Stone zijn verhalen schrijft. Want ook hijzelf weet wanneer hij aan een nieuw boek begint liever niet precies wat hem onderweg te wachten staat.
‘Als ik de lezer wil verrassen, moet ik eerst mezelf verrassen.’
Magie in handen van priesters
Die behoefte om iets anders te doen dan wat hij al kent, zat vanaf zijn eerste fantasyboeken in zijn werk.
Stone was zelf al lang voordat hij auteur werd een fanatieke fantasylezer. Rond zijn vijfentwintigste had hij naar schatting tussen de vijfhonderd en duizend boeken gelezen, voornamelijk fantasy en sciencefiction. Daarnaast speelde hij jarenlang Dungeons & Dragons.
Toen hij ongeveer twintig jaar geleden zelf een fantasyverhaal begon te bedenken, koos hij daarom niet voor een klassiek systeem met tovenaars die spreuken uitspreken.
Hij stelde zich een wereld voor waarin de magie bij priesters en monniken ligt. Zij kunnen de energie van hun goden kanaliseren. In die wereld bestaan vier verschillende religies, waarvoor Stone inspiratie vond in onder meer het christendom, hindoeïsme en boeddhisme.
Dat idee groeide uiteindelijk uit tot de Duivel-trilogie.
‘Je ziet niet zoveel boeken waarin de magie bij priesters en monniken ligt’, zegt Stone. Juist die afwijkende invalshoek zoekt hij bewust op. ‘Ik denk dat mijn boeken buiten de gebaande paden gaan. Ze zijn origineel en toegankelijk. Volgens mij is die combinatie het sterkste punt van mijn boeken.’
Een jongen die de regels van de magie breekt
Jaren later koos Stone in Magycker opnieuw voor een ongebruikelijke draai aan een bekend fantasygegeven.
In deze wereld wordt magie beheerst door een kartel van magiërs. Zij hebben er feitelijk een monopolie op.
Totdat een twaalfjarige autistische jongen ontdekt dat hij iets kan wat eigenlijk onmogelijk zou moeten zijn: als hij een spreuk één keer hoort, kan hij hem daarna zelf herhalen.
Daarmee vormt hij ineens een bedreiging voor het complete systeem.
‘Hij is heel intelligent en kan zich sterk concentreren, maar sociaal is hij niet zo sterk’, vertelt Stone. ‘Wanneer er op hem wordt gejaagd, levert dat interessante en soms ook komische situaties op. Hij wordt een heel belangrijk persoon in die wereld, omdat hij de enige is die het monopolie kan doorbreken. Maar voor hem is het ongemakkelijk om daarmee om te gaan, en voor de mensen om hem heen is het soms ook ongemakkelijk om met hem om te gaan.’
Het idee komt opnieuw voort uit iets wat Stone zelf goed kent. Hij omschrijft zichzelf als licht autistisch en herkent autisme ook binnen zijn familie.
Maar er zit nóg een stuk van zijn eigen leven in die wereld verstopt.
Stone studeerde economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en werkte jarenlang als belegger. Voor Magycker combineerde hij die achtergrond met fantasy: wat gebeurt er wanneer je magie behandelt als een economisch goed waarover een kleine groep de controle heeft?
Zo komen twee ogenschijnlijk totaal verschillende werelden bij elkaar. Een magisch systeem wordt ineens ook een economisch systeem, en een jongen die de regels van magie doorbreekt, verstoort daarmee tegelijkertijd de machtsverhoudingen van een complete samenleving.
Macht heeft altijd een keerzijde
Religie en economie lijken misschien ongebruikelijke inspiratiebronnen voor fantasy, maar voor Stone raken ze aan een thema dat in verschillende vormen in zijn boeken terugkeert: wat macht met mensen en systemen doet.
‘Te veel macht corrumpeert. Dat is een thema dat steeds terugkomt. En dat geldt zowel voor religie als voor economie.’
Toch schrijft Stone zijn verhalen niet om zijn lezers een bepaalde boodschap mee te geven. De ideeën mogen onder de oppervlakte aanwezig zijn, maar het avontuur staat voorop.
‘In de eerste plaats wil ik mensen vermaken. Als ik zelf lees, wil ik tenslotte ook vermaakt worden.’
Dat plezier van de lezer staat ook voorop in Stones schrijfstijl. Zijn romans mogen dan dik zijn en thema’s als religie, economie en macht bevatten, hij wil niet dat lezers zich erdoorheen moeten worstelen.
‘Mijn schrijfstijl is zo dat je eigenlijk al halverwege een boek bent voordat je het doorhebt.’
Die reactie krijgt hij ook terug van zijn publiek. Stone vertelt dat zelfs ouders van kinderen met dyslexie hem hebben laten weten dat hun zoon of dochter zijn boeken wel kan lezen als ze er rustig de tijd voor nemen, terwijl veel andere boeken te moeilijk zijn.
‘Dat betekent niet dat er geen diepgang in de boeken zit, want die is er wel. Maar mijn schrijfstijl is heel toegankelijk.’
Voor Stone zit de aantrekkingskracht van zijn fantasy juist in die combinatie: werelden die net even anders in elkaar zitten, maar verhalen waarin je gemakkelijk kunt verdwijnen.
Eerst zichzelf verrassen
Stone noemt zichzelf een organische schrijver. Hij weet doorgaans hoe een verhaal begint en eindigt, maar wat er tussen die twee punten gebeurt, ontdekt hij tijdens het schrijven.
‘Ik weet hoe het verhaal begint en ik weet hoe het eindigt, maar ik weet niet precies wat er tussenin gebeurt. Ik laat het boek zichzelf eigenlijk ontdekken.’
Die manier van werken past volgens hem ook goed bij hoe zijn eigen brein werkt. Een volledig uitgestippeld verhaal werkt voor Stone minder goed dan de vrijheid om tijdens het schrijven nieuwe richtingen te ontdekken.
Soms moet hij daardoor terug naar een eerder hoofdstuk om iets aan te passen, maar echt grote problemen levert die aanpak hem zelden op. Voor Stone is het onbekende juist onderdeel van het plezier.
Van belegger naar fulltime schrijver
Lange tijd schreef Stone zijn fantasy naast een totaal andere carrière. Hij werkte als belegger en schreef zijn eerste romans grotendeels in zijn vrije tijd. In die periode lag zijn tempo hoog: ongeveer één boek per jaar.
Maar uiteindelijk bleek die combinatie te veel.
‘Na een aantal jaren kreeg ik een burn-out en moest ik het wat rustiger aan doen. Daarna kreeg ik een tweede burn-out. Ik deed gewoon te veel.’
Stone stopte met zijn werk als belegger en ging relatief vroeg met pensioen.
‘Nu richt ik me alleen nog op schrijven, want dat is eigenlijk mijn grootste passie.’
Het tempo van vroeger probeert hij niet meer te halen. Hij schrijft vooral ‘s middags, soms ‘s avonds en niet iedere dag. Waar hij vroeger ongeveer één boek per jaar schreef, kan hij tegenwoordig een paar jaar over een boek doen.
Stone ziet daarbij ook een verband met zijn autisme. Het vermogen om zich sterk te concentreren kan bij het schrijven een voordeel zijn, maar heeft volgens hem ook een keerzijde.
‘Als je autistisch bent, is het heel moeilijk om iets los te laten. Dat is eigenlijk waarom ik twee burn-outs heb gekregen. Je gaat verder dan je zou moeten. Elke medaille heeft twee kanten.’
‘Blijf dicht bij jezelf’
Dat Stone zoveel uit zijn eigen interesses en ervaringen in zijn fantasy verwerkt, is geen toeval. Het is ook het belangrijkste advies dat hij geeft aan mensen die zelf willen schrijven.
‘Probeer niet iets te schrijven omdat een bepaald thema op dat moment commercieel succesvol is. Blijf dicht bij jezelf.’
Voor Stone betekende dat schrijven over onderwerpen die hem daadwerkelijk bezighouden.
‘Ik ben altijd dicht bij mezelf gebleven. Ik heb altijd veel interesse gehad in spiritualiteit en religie, daarom zit dat in mijn boeken. Autisme, daarom zit dat in mijn boeken. Economie, daarom zit dat in mijn boeken.’
En wie denkt dat je jong moet beginnen om nog schrijver te kunnen worden: Stone was zelf al begin veertig toen hij serieus romans begon te schrijven.
‘Het is nooit te laat.’
Het Labyrint
Lang hoeven we niet meer te wachten om te ontdekken wat Stone deze keer heeft bedacht. Het Labyrint verschijnt op 15 september bij Luitingh-Sijthoff.
Het boek verschijnt ook als luisterboek en krijgt daarbij twee verschillende Nederlandstalige versies. De Nederlandse versie wordt opnieuw ingesproken door Frank Rigter. Daarnaast komt er een Vlaamse uitvoering, ingesproken door Pieter-Jan de Smet, een geliefde en hoog gewaardeerde Vlaamse luisterboekstem.
Over het verhaal zelf laat Stone voorlopig weinig los. Alleen het uitgangspunt wil hij verklappen: Het Labyrint begint in onze eigen wereld en voert de personages vervolgens naar een parallel universum. Wat ze daar aantreffen, zullen lezers straks zelf moeten ontdekken.
Misschien is dat maar goed ook. Want zoals Stone zelf zegt:
‘Als ik de lezer wil verrassen, moet ik eerst mezelf verrassen.’
Links:














