Vorige week kwam ik thuis van Castlefest met een probleem: ik wilde ineens van alles maken. Een eigen fantasykostuum leek me geweldig. Ik wilde trinkets gaan kleien om op festivals te ruilen. En nadat ik op Castlefest een kunstenares had geïnterviewd over haar schilderijen, kreeg ik ook ineens ontzettend veel zin om weer te gaan schilderen.
Weer, inderdaad.
Want terwijl ik naar haar werk keek, herinnerde ik me iets dat ik eigenlijk jarenlang was vergeten.
Dat jongetje dat altijd zat te knutselen
Als kind tekende en schilderde ik voortdurend. Ik bouwde bouwpakketten, tekende strips voor de schoolkrant en besloot op een gegeven moment dat ik wilde leren aquarelleren.
Dus haalde ik een boek uit de bibliotheek waarin stap voor stap werd uitgelegd hoe je een Ierse rotskust kon schilderen. Van mijn zakgeld kocht ik goedkoop papier, een paar kwasten en een doosje aquarelverf.
Mijn eerste schilderij was natuurlijk weinig meer dan een kopie van het voorbeeld.
Maar ik had het wel zelf gemaakt.
En ondertussen ontdekte ik hoe verf en water zich op papier gedroegen, hoe je kleuren mengde en hoe je met een paar penseelstreken iets kon maken wat er daarvoor nog niet was.
Later verdween die hobby langzaam uit mijn leven. Werk, studie en andere interesses namen het over. Ik bleef creatief bezig, maar vooral met woorden, audio, video en computers.
Tot Castlefest.
Waarom fantasy zo aanstekelijk creatief is
Misschien herken je dat gevoel als je zelf weleens naar Castlefest, Elfia of een ander fantasyfestival gaat.
Je bent er voortdurend omringd door mensen die dingen hebben gemaakt.
Iemand heeft maanden gewerkt aan een kostuum. Een ander verkoopt zelfgemaakte sieraden of keramiek. Schrijvers hebben jarenlang aan een boek gewerkt. Illustratoren tonen hun tekeningen en schilderijen. Muzikanten spelen hun eigen muziek.
En als je met die mensen praat, hoor je opvallend vaak hetzelfde verhaal.
Ze konden het ooit ook niet.
Ze zijn gewoon begonnen.
Ik sprak ooit een cameraman die in zijn vrije tijd zijn eigen kleding bleek te maken. Hij had zichzelf leren naaien door tutorials op YouTube te bekijken en oude kleding van de kringloop uit elkaar te halen.
Tijdens de Vierdaagse sprak ik met Mireille van Pixie Spirit Fest over mijn wens om ooit zelf een fantasykostuum te maken. Haar reactie kwam ongeveer neer op: dat kun je gewoon leren.
En op Castlefest stond ik dus ineens naar schilderijen te kijken en dacht ik: wacht eens even. Dit heb ik vroeger ook gedaan.
Waarom ben ik daar eigenlijk ooit mee gestopt?
Drie uur later was het elf uur
Dus bestelde ik een stapeltje kleine velletjes papier en een piepklein doosje waterverf.
Klein beginnen, leek me verstandig. Niet meteen proberen de Nachtwacht te schilderen.
Mijn eerste onderwerp wist ik ook meteen: een middeleeuwse kat.
In middeleeuwse manuscripten vind je de vreemdste dieren in de kantlijnen. Katten hebben soms bijna menselijke gezichten, rare verhoudingen en doen dingen die een normale kat nooit zou doen.
Mijn kat kreeg daarom een to-dolijst met daarop hoeveel muizen hij die dag nog moest vangen.
Ik begon te tekenen. Daarna kwam de verf erbij.
Toen ik uiteindelijk op de klok keek, was het elf uur.
Ik had drie uur zitten schilderen.
Geen telefoon. Geen televisie. Geen besef van tijd. Alleen een klein stukje papier, een paar kleuren en een behoorlijk vreemde kat.
En ik had me kostelijk vermaakt.
“Daar heb ik geen tijd voor”
Dat zette me ook aan het denken over een zin die ik mezelf vaak hoor zeggen.
Daar heb ik geen tijd voor.
Ik heb geen tijd om te schilderen. Geen tijd om trinkets te maken. Al helemaal geen tijd om te leren hoe je een fantasykostuum maakt.
Maar als ik op een festival iemand ontmoet die drie maanden aan een kostuum heeft gewerkt, heeft die persoon meestal ook gewoon een baan, een huishouden en allerlei andere verplichtingen.
Het verschil is dat hij of zij besloot er tijd voor te maken.
Je kunt natuurlijk niet alles doen. Maar misschien is “geen tijd” soms ook een manier om te zeggen dat iets geen prioriteit heeft gekregen.
Dat besef was voor mij misschien wel het mooiste souvenir dat ik van Castlefest mee naar huis nam.
Niet iets wat ik bij een kraampje heb gekocht, maar de zin om zelf weer iets te maken.
Van fantasyboek tot zeemeermingeit
Het grappige is dat dit niet de eerste keer is dat een fantasyfestival dat met me doet.
Anderhalf jaar geleden sprak ik op Elfia met een aantal schrijvers. Een van hen vroeg waarom ik eigenlijk niet zelf een fantasyboek schreef.
Inmiddels ben ik dat boek aan het schrijven.
Op Runeheim en Castlefest ontdekte ik trinket trading. Nu wil ik kleine monnikjes gaan kleien die ik bij een volgend festival kan meenemen om te ruilen.
En die ene middeleeuwse kat heeft inmiddels ook alweer gevolgen. Nadat ik hem op Instagram zette, stelde iemand voor dat ik een hele verzameling middeleeuwse fantasiedieren zou maken.
Mijn volgende opdracht is een geit met een zeemeerminstaart.
Ik heb geen idee hoe je die tekent.
En misschien is dat juist het leuke.
Wat heb jij altijd al willen maken?
Fantasy draait voor mij steeds minder alleen om de werelden die anderen hebben bedacht.
Het nodigt uit om zelf mee te doen.
Je hoeft daarvoor geen boek te schrijven of maandenlang aan een spectaculair cosplaykostuum te werken. Je kunt beginnen met een velletje papier. Een stukje klei. Een naald en draad. Een verhaal van één pagina.
En je hoeft er ook nog niet goed in te zijn.
Misschien is dat zelfs de belangrijkste les die ik opnieuw moet leren. Als kind vroeg ik me helemaal niet af of mijn aquarel goed genoeg was. Ik wilde gewoon ontdekken wat er gebeurde als ik die kwast op het papier zette.
Deze week gaat de Fantasyfans-podcast daarom over fantasy en creativiteit. Daarnaast vertel ik over de schrijvers en verhalenvertellers die deze week in de podcast voorbijkwamen, begin ik aan een nieuwe kookrubriek met festivalfoodrecepten en heb ik een boekentip voor iedereen die graag duizend pagina’s lang in de middeleeuwen wil verdwijnen.
En ondertussen ligt er hier nog een leeg velletje papier.
Te wachten op die zeemeermingeit.











