Elke keer als Kirsten Groot bij een Chinees restaurant een vijver met grote wit-oranje vissen ziet, moet ze tegenwoordig aan draken denken.
Dat heeft alles te maken met een oud Oost-Aziatisch verhaal over een karper die tegen de stroom in zwemt. Als hij erin slaagt een waterval te overwinnen, verandert hij in een draak. Het is een beeld van volharding en toewijding dat nogal verschilt van de manier waarop draken vaak in westerse fantasy verschijnen.
‘Heel vaak zijn het meer een soort godenachtige wezens’, vertelt Kirsten over draken in Oost-Aziatische mythologie. ‘Het zijn hele wijze wezens, hele sterke wezens. Sommige zijn regengoden. Ze worden ook meer geassocieerd met water. Wij associëren draken heel erg met vuur.’
Dus wanneer ze die vissen ziet, denkt ze: ‘Dat zijn eigenlijk potentieel allemaal draken.’
Het is een klein voorbeeld van hoe diep Japanse en Oost-Aziatische invloeden inmiddels verweven zijn geraakt met Kirstens eigen verbeelding. Haar fantasytrilogie Shirareta Sekai, Japans voor ‘de bekende wereld’, is geïnspireerd door het vroegmoderne Japan. Haar personages dragen kimono en hakama, huizen hebben tatami op de vloer en tussen de fantastische wezens duiken kitsune en een Oosterse draak op.
Maar toen Kirsten haar wereld als veertienjarige begon te bedenken, wist ze nog nauwelijks iets van Japan.
Het begon allemaal met een woordenboekje.
Een fantasywereld die steeds Japanser werd
Kirstens oudere zus was fan van anime en had bij de bibliotheek een Japans-Nederlands woordenboekje geleend. Kirsten was op dat moment al bezig met een vroege versie van haar verhaal en zocht namen, vooral voor de landen in haar wereld.
Waarom geen Japanse woorden gebruiken?
‘We dachten: een andere taal is wel leuker. Nederlands klinkt misschien een beetje droog. Dus daarom had ik Japans gebruikt. En dat was echt met dat woordenboekje en Google Translate van die tijd. Grammaticaal klopte er niks van.’
Het had daarbij kunnen blijven. Een paar Japanse namen als versiering voor een verder traditionele fantasywereld.
Maar Kirsten werd nieuwsgierig.
Ze begon zich verder in Japan te verdiepen, raakte geïnteresseerd in Japanse muziek en leerde zelf Japans. Uiteindelijk ging ze zelfs Japanstudies studeren. En naarmate haar eigen kennis toenam, veranderde ook haar verhaal.
‘Er is steeds meer Japan in de boeken gekomen. Totdat ik echt dacht: weet je, ik ga er gewoon helemaal voor. Ik ga die hele wereld omgooien en ik ga er zoveel mogelijk invloeden in stoppen als ik kan.’
Daarmee veranderde niet alleen het decor. De Japanse inspiratie ging steeds dieper in de wereld zitten.
‘Het is door en door een fantasywereld’, zegt Kirsten. ‘Maar ik heb inderdaad als inspiratiebron vroegmodern Japan gebruikt.’
Die periode, grofweg van 1600 tot 1868, bepaalt veel van de sfeer. Geen middeleeuws-Europese huizen, laarzen en capes, maar kimono, hakama en tatami. Je trekt je schoenen uit wanneer je een huis binnengaat en slaapt op een matras op de grond.
Ook folklore vond een weg naar het verhaal. Op de boekomslagen zijn kitsune-maskers te zien en in de trilogie komen meerdere van deze bovennatuurlijke vossen voor, compleet met de bijzondere krachten die Kirsten uit Japanse volksverhalen kende.
En natuurlijk zijn er draken.
Een andere kijk op draken
De draak in Shirareta Sekai lijkt niet erg op Smaug.
Geen grote vleugels waarmee hij door de lucht klapwiekt, en vuur is al helemaal niet het eerste waar Kirsten bij zo’n wezen aan denkt. De inspiratie komt uit Oost-Aziatische verhalen, waarin draken veel sterker verbonden kunnen zijn met water, wijsheid en goddelijke macht.
‘Ik denk dat er wat meer ontzag voor die draak is, bewondering en respect.’
De draak in Kirstens verhaal kan praten en vliegen, maar heeft daarvoor geen vleugels nodig. Magie is voldoende.
Juist zulke details maken Shirareta Sekai herkenbaar als fantasy en tegelijkertijd anders dan de Europese traditie waarmee veel Nederlandse lezers zijn opgegroeid. Kirsten gebruikt bekende elementen zoals elfen en dwergen, maar plaatst ze in een wereld met een heel andere culturele achtergrond.
Een elf op de vlucht
Midden in die wereld leeft Ai.
Ze is tien jaar oud wanneer ze haar dorp moet ontvluchten. De koning heeft besloten dat magische wezens niet langer welkom zijn in zijn land. Elfen, dwergen en nimfen worden vervolgd.
Ai weet zich jarenlang verborgen te houden in een bos, maar wanneer er een elfenjacht begint, moet ze opnieuw vluchten. Ze trekt naar het zuiden en raakt steeds dieper verwikkeld in conflicten die veel groter zijn dan zijzelf.
Uiteindelijk ontdekt ze dat een wereldwijde ramp die haar ouders vijfhonderd jaar geleden meemaakten opnieuw dreigt plaats te vinden.
Daarnaast spelen burgeroorlogen en een terroristische groepering een rol en volgt Kirsten verschillende personages wier verhaallijnen uiteindelijk samenkomen.
Dat klinkt alsof er ergens een enorme stapel aantekeningen moet liggen waarop alles vooraf nauwkeurig is uitgedacht.
De werkelijkheid was een stuk rommeliger.
‘Ik begon met een plan en dat plan heb ik al vrij snel heel erg veranderd.’
Zelfs toen het eerste deel al bij de redacteur lag, twijfelde Kirsten nog over de richting waarin de trilogie moest gaan. Uiteindelijk haalde ze een personage dat ze voor een heel andere serie had bedacht naar Shirareta Sekai en maakte hem tot antagonist.
Het verhaal werd er beter van.
Alleen was er één probleem: deel twee was al geschreven.
‘Dat betekende dus wel dat het tweede deel dat ik toen had geschreven meteen helemaal de prullenbak in kon.’
Ze begon opnieuw.
‘Het duurde daardoor wel iets langer. Maar ik ben er wel heel blij mee dat ik het gedaan heb. Het is uiteindelijk een beter verhaal daardoor geworden.’
Even door je eigen wereld lopen
Intussen bleef ook Kirstens fascinatie voor het echte Japan groeien. Ze heeft het land inmiddels drie keer bezocht.
Tijdens haar meest recente reis bezocht ze met een vriendin onder meer het Fukagawa Edo Museum in Tokio. Daar is op ware grootte een stukje van het oude Edo nagebouwd uit precies de historische periode die als inspiratie diende voor haar boeken.
Opeens kon ze letterlijk door straten lopen die iets weg hadden van de wereld die ze jarenlang in haar hoofd had gezien.
‘Dan loop je daar en denk je: dit is inderdaad een beetje de sfeer waarin mijn personages zouden rondlopen.’
In Kyoto bezocht ze Jidai Matsuri, een historisch festival waarbij een lange stoet in kostuums verschillende periodes uit de Japanse geschiedenis verbeeldt.
‘Iedereen loopt zo langzaam. En je gaat zo langzaam terug in de tijd. Dat is echt heel gaaf gedaan.’
Voor iemand die zelf een complete wereld op historische Japanse invloeden heeft gebouwd, is het meer dan alleen toerisme. Zo’n museumstraat, kledingstuk of historisch gebruik kan ineens bevestigen of verdiepen wat jarenlang alleen op papier bestond.
Een Japanse ‘handtekening’
Tijdens ons gesprek op Heroes Dutch Comic Con blijkt hoezeer Kirstens wereld ook bij lezers aanslaat. Een bezoeker die de eerste twee delen al heeft gelezen, komt het slotdeel halen. Vooral de Japanse invloed is hem bijgebleven: ‘Ze heeft heel goed de Japanse cultuur meegenomen. De karakters zijn gewoon goed geschreven.’
Kirsten signeert het boek en zet er vervolgens een rode hanko bij, een persoonlijke naamstempel die in Japan als handtekening wordt gebruikt. Haar eigen exemplaar is in Japan gemaakt en draagt haar naam in zegelschrift.
Daarmee is de cirkel bijna rond. Als veertienjarige gebruikte Kirsten het Japanse woordenboekje van haar zus om namen voor haar fantasywereld te zoeken. Nu zet ze een Japanse naamstempel in het slotdeel van een complete trilogie die zonder dat woordenboekje waarschijnlijk heel anders was geworden.
En haar zus?
Die is al die tijd bij het verhaal betrokken gebleven. Ze werd een van Kirstens proeflezers en is nog altijd degene met wie ze over haar personages kan brainstormen. Vooral hoofdpersoon Ai blijkt soms lastig te doorgronden.
‘Als ik met zulke scènes vastzit, dan vraag ik aan mijn zus: wat vind jij ervan? Lees even. En dan gaan we erover praten.’
Vaak ziet haar zus precies waar het probleem zit.
‘Dan kan zij net aanwijzen: hier knelt het een beetje. En dan kan ik ook weer verder.’
Nog lang niet uitgekeken op haar wereld
Shirareta Sekai is inmiddels voltooid. Het laatste deel telt maar liefst 609 pagina’s, zelfs nadat tijdens de redactie alles is geschrapt wat niet echt nodig was.
‘Wat er allemaal in deel drie staat, is wel echt broodnodig voor het verhaal.’
Maar voltooid betekent niet dat Kirsten afscheid neemt van haar wereld.
Ze werkt alweer aan nieuwe projecten, waaronder een manga en een verhalenbundel die zich afspeelt in de wereld van Shirareta Sekai. Daarin wil ze verder ingaan op de ‘rode draad’, een belangrijk element uit de trilogie dat eveneens wortels heeft in Japanse en Chinese mythologie.
Misschien is dat niet zo vreemd. Shirareta Sekai is inmiddels veel meer geworden dan het verhaal dat Kirsten op haar veertiende begon te schrijven. De wereld groeide mee met haar eigen nieuwsgierigheid. Een paar opgezochte Japanse woorden leidden naar zelfstudie, Japanstudies, reizen naar Japan en uiteindelijk een fantasywereld waarin die fascinatie overal terug te vinden is.
En ergens onderweg veranderde ook de manier waarop Kirsten naar een vijver vol karpers kijkt.
Want je weet maar nooit.
Misschien zit er wel een draak tussen.
Links:
















